Het STARRT model is een handige hulpmiddel om een reflectieverslag te maken.
In een gesprek volgens het STARRT model komen bijvoorbeeld de volgende vragen aan de orde:
- Situatie
- Beschrijf de situatie. Wat is er gebeurd?
- Wie waren de betrokkenen?
- Waar speelde het zich af?
- Waarover ging het precies?
- Taak
- Wat was de taak ?
- Wat was je rol? Wat was je functie?
- Wat moest je doen ?
- Wat werd er van je verwacht?
- Wat was je doel? Wat waren je doelen?
- Wat was je voornemen? Had je een plan?
- Actie
- Wat heb je werkelijk gedaan?
- Hoe heb je het aangepakt?
- Welke afwegingen hebben daarin op dat moment een rol gespeeld?
- Wat dacht je? Wat voelde je? Wat zag je voor je?
- Wat was precies jouw aandeel of inbreng?
- Resultaat
- Wat was het gevolg van jouw actie bij jezelf en wat was het gevolg bij andere betrokkenen?
- Wat was het gevolg op de sfeer?
- Wat was de invloed op het proces? Konden jullie nog goed verder werken?
- Wat was de invloed van jouw aandeel (van je actie) op het resultaat dat je wilde bereiken.
- Reflectie
- Was het resultaat van je actie dat wat je er mee wilde bereiken?
- Heb je er iets van geleerd ?
- Kun je deze situatie en je handelen daarin koppelen aan een competentie uit het profiel van de beroepsbeoefenaar uit de opdracht? Als je dat kan, hoe scoorde je dan voor deze competentie?
- Transfer
- Zou deze situatie zich nogmaals kunnen voordoen?
- Zou je dan iets anders willen doen dan je deze keer hebt gedaan? (Wat dan, hoe, waarom?) Of blijf je juist hetzelfde doen? (Wat dan, hoe, waarom?)
- Zijn er situaties denkbaar waarin je wat je gedaan hebt weer zou kunnen toepassen of
- juist niet weer zou willen doen?
- Wat neem je jezelf voor, voor de volgende keer?